|
Nederlandse koopvaardijschepen voerden de thee uit China aan. Maar aan het eind van de 16e eeuw sloten de Portugezen hun havens voor Nederlandse schepen. De Hollanders besloten om helemaal zelf handel met de Oost te gaan drijven. Er ontwikkelde zich een enorme concurrentie. Om krachten te bundelen besloot men in 1602 tot oprichting van de V.O.C. (Verenigde Oostindische Compagnie). Men wilde graag de thee verhandelen vanuit Formosa (nu Taiwan), maar dat ging niet zonder slag of stoot. Pas na veel moeite kreeg de V.O.C. van de Chinese autoriteiten toestemming thee uit Formosa te verhandelen. Dat ging een tijdje goed, maar toen ontstonden er politieke problemen. Daarom besloot de V.O.C. omstreeks 1650 om haar heil te zoeken in Batavia (nu Djakarta) op Java. Ze dreef haar handel - naast thee, inmiddels ook zijde, zilver en porselein - via de Chinese handelaren op Java.
|